Ronald Wielinga in gesprek met… Menno Holterman

Als het over ondernemerschap in de watersector gaat, dan ben jij natuurlijk een enorm inspirerend voorbeeld. Wat onderscheidt jou van andere ondernemers? Met andere woorden, wat is het geheim van de smid?

Of ik een succesvol ondernemer ben of niet. Ik laat het graag aan anderen over om daar iets van te vinden. Natuurlijk ben ik vereerd met alle aandacht. Doorgaans duurt het namelijk een tijd voordat talent van mensen wordt erkend. Om succesvol te kunnen ondernemen in watertechnologie moet je in ieder geval beschikken over ambitie en doorzettingsvermogen. Natuurlijk is kennis ook heel belangrijk. Kennis over een bepaald onderwerp, de technologie, de applicatie, over het domein waarin je als ondernemer werkzaam bent. Maar uiteindelijk is het de drive en passie die je op de been houdt en je steeds opnieuw energie geeft. Ondernemen in watertechnologie is namelijk enorm uitdagend en tegelijkertijd complex. Helemaal als je dat ook nog eens doet met een nieuwe technologie.

Daarnaast denk ik dat het helpt als je open staat voor andere landen en culturen. De Nederlandse markt voor watertechnologie is natuurlijk relatief klein. Als je gecharmeerd bent van groei en je hebt ambitie dan zal je dus moeten exporteren. Ik reis in ieder geval enorm graag. Eerst tijdens mijn studie maritieme techniek aan de TU Delft. Daarna ben ik aan de slag gegaan bij Heineken. Voor Heineken heb ik in Griekenland, Ierland, Slowakije en Papua Nieuw Guinea gewerkt. Vervolgens ben ik overgestapt naar Norit waar ik directeur geworden ben van een werkmaatschappij. Deze werkmaatschappij was toen ik daar startte actief in 50 landen. Veertien jaar later waren we actief in 182 landen. De afgelopen jaren ben ik zelf al in meer dan 100 landen over de wereld geweest. Dit zijn allemaal ervaringen die ik als ondernemer meeneem.

Veder denk ik dat het enorm belangrijk is dat je als ondernemer een goed gevoel hebt bij datgene waar klanten op zitten te wachten. En dat je met dit inzicht een vertaalslag kan maken naar je eigen product. Wat wil een klant echt en wat lever je.

Overigens is een succesvolle onderneming natuurlijk nooit het succes van één persoon. Het is altijd het succes van een team. Dat klinkt wellicht wat cliché. Maar als ondernemer moet je jezelf omringen met de juiste mensen en vooral ook ruimte geven aan mensen die op bepaalde aspecten beter zijn dan jijzelf. Uiteindelijk gaat het erom dat je een team smeedt dat het leuk vindt om succes te krijgen en succesvol te blijven.  

Hoe kijk jij naar de ontwikkeling van ondernemerschap in de watertechnologiesector?

De watertechnologiesector wordt natuurlijk voor een belangrijk deel gedomineerd door publieke organisaties. Het is in zo een sector lastig om vorm en inhoud te geven aan ondernemerschap. Af en toe kijk ik jaloers naar andere sectoren waar ondernemerschap al veel verder gevorderd is. Bijvoorbeeld de energiesector. Deze is qua organisatiegraad een stuk verder dan wij. De afhankelijkheid van energie is groter dan de afhankelijkheid van water. Consumenten zorgen er echt wel voor dat hun mobiele telefoon is opgeladen. Maar ze zorgen er nog niet voor dat ze veilig en schoon water drinken. Kortom, de energiesector heeft bepaalde dingen beter gedaan dan de watersector.  Je ziet wel dat de watersector zich verder ontwikkeld en steeds professioneler wordt. Op het vlak van ondernemen in watertechnologie is de afgelopen 20 jaar veel positiefs veranderd. Watertechnologie wordt steeds meer een echte sector. Het is steeds meer een sector geworden die zich openstelt en actief op zoek gaat naar verbinding met andere sectoren. Hierdoor zie je dat talent met een andere opleiding, achtergrond, ideeën en referentiekader de sector instroomt. Gevolg is dat we als sector impulsen krijgen van buiten. Dit is cruciaal. Waar wij ons de komende jaren op moeten richten is de “Teslafication” van onze sector. Allereerst dat water veel meer als een service dan als enkel technologie geleverd moet worden. Als Nijhuis Saur Industries spelen wij hier al enorm op in. Anderzijds moeten we nieuwe innovaties ook echt op een sexy manier naar de markt brengen. Naar mijn mening zijn marketing en communicatie de achilleshiel in onze sector. Hier kunnen we heel veel leren van andere sectoren.

Vanuit de rol die ik heb vervuld als voorzitter van de stuurgroep watertechnologie (voorloper van de Topsector) en mijn 10-jarig bestuurslidmaatschap van het NWP  zie ik hoe lastig het is om de publieke en private sectoren in beweging te krijgen. Er ligt altijd veel focus op zaken die er niet zijn, terwijl je volgens mij vooral moet kijken naar dingen die er wel zijn. Er is in Nederland in vergelijking tot landen om ons heen een uitermate sterk ecosysteem. Ik roep ondernemers dan ook op maximaal te benutten wat er is en daar hun voordeel mee te doen. Gelukkig zien we dat een groeiend aantal mensen echt het verschil wil maken. Vanuit dit unieke ecosysteem moeten we er samen voor zorgen dat we deze ondernemers helpen.

Welke kansen zie jij als het gaat om ondernemerschapsontwikkeling in de watersector?

Ik vind het waanzinnig dat we in de sector proberen het begin van ondernemerschap te faciliteren. Mijn zorg zit dan ook niet echt op dit aspect. Er is echter een grote groep bedrijven die kunnen groeien, maar niet weten hoe. Er zijn veel ondernemers in de leeftijd tussen de 50 – 60 jaar die met hun onderneming langzaam zijn gegroeid. Deze groei vlakt vervolgens af. Dit is ook het moment waarop ze een beetje gedesillusioneerd raken. Ze vragen zich af of ze opnieuw hun eigen geld moeten investeren om nog een stap te maken. Tegelijkertijd ontmoet ik veel ondernemers die afwachtend zijn en van een brancheorganisatie verwachten dat zij zorgen voor de groei. Dit werkt het helaas niet zo. Ondernemers moeten echt zelf willen en heel veel energie stoppen in de ontwikkelingen van hun organisatie. Natuurlijk moeten ze geholpen worden waar dat kan. En deze ondersteuning moeten we goed met elkaar organiseren. Financiering bijvoorbeeld is cruciaal. Als je start met een onderneming op het vlak van watertechnologie weet je dat het 12 – 15 jaar duurt vanaf het moment van Eureka tot het moment van eerste commercialisatie. En dat je vervolgens nog 10 jaar nodig hebt om 25% marktaandeel te krijgen. Kortom, je hebt diepe zakken nodig. Daar komt die desillusie ook vandaan. Als je met dit perspectief naar een investeerder gaat, zijn er maar weinig die daadwerkelijk financiering beschikbaar willen stellen. Vlak voor de vorige Aquatech heb ik via een interview in de Telegraaf mijn zorgen geuit over het financieringsecosysteem in Nederland.  Naar aanleiding van dit artikel heb ik veel vragen over mij heen gekregen. Maar feit is gewoon dat het merendeel van de beschikbare financiering tot voor kort voorbehouden was aan baggeraars en botenbouwers. De watertechnologiesector kon daar moeilijk van profiteren. Gelukkig verandert dit nu vergroening veel hoger op de agenda staat. Hier liggen dus ook kansen voor die grote groep kleine bedrijven die verder zouden kunnen groeien. Deze organisaties moeten nu vol gas geven. Hier zie ik ook een belangrijke rol voor de faciliterende organisaties, zoals bijvoorbeeld de WaterCampus. Ondernemers komen, als ze op zoek zijn naar financiering, in aanraking met allemaal jargon dat ze niet kennen. Maar als ze luisteren naar mensen die er wel verstand van hebben, hun kop er zelf bij houden en af en toe wat risico nemen, is er echt veel potentie.

De ruggengraat van iedere organisatie zijn natuurlijk de medewerkers. Je gaf zojuist al aan dat het cruciaal is om de juiste mensen om je heen te verzamelen. Als je snel groeit, zoals Nijhuis de afgelopen jaren gedaan heeft en Norit natuurlijk ook in de periode dat jij daar zat, is het van groot belang dat je de juiste talenten vindt en ook aan je organisatie weet te binden. Hoe hebben jullie dit aangepakt?

De kern is dat mensen enthousiast raken. Uiteindelijk kopen mensen liever een kaartje voor een club die meedoet om de prijzen dan een club die elk jaar weer opnieuw bungelt om niet te degraderen. Zo werkt dat binnen bedrijven ook. Met Norit zijn we getransformeerd van een voor de buitenwereld ietwat stoffige actief kool/ pillenboer naar een bedrijf dat leidende nieuwe technologie ontwikkelt, werkt in interessante sectoren als food & beverage en waterzuivering en niet alleen consumables of zuiveringscomponenten maar totaaloplossingen levert. Dit moet je als organisatie vervolgens actief promoten. Zo is het ons gelukt om zowel bij Norit als bij Nijhuis sterke groei met goede mensen te faciliteren. Nijhuis is zo in acht jaar tijd van 60 naar 700+ mensen gegroeid. Dat zijn aardige aantallen.

Zoals ik eerder al aangaf is de water business internationaal. Dat betekent ook dat je als organisatie internationaal talent aan je moet binden. Toen ik startte bij Nijhuis hadden we twee nationaliteiten op het hoofdkantoor. Nederlands en Duits. Nu zijn het er 24. Ik heb het hier niet over de mensen die werkzaam zijn op onze buitenlandse vestigingen. Dit zijn mensen die permanent vanuit Doetinchem werken en wonen in die regio. Voor een belangrijk deel zijn dit mensen die na hun studie in Delft, Wageningen of Leeuwarden graag een aantal jaar ervaring willen opdoen en een bijdrage leveren bij een bedrijf dat ertoe doet in Nederland. Overigens denk ik niet dat we als Nijhuis in Nederland nog veel zullen groeien de komende jaren. Wij groeien nu vooral daar waar de klanten zitten. Op onze buitenlandse vestigingen dus. We zijn bezig met het verder versterken van de regio’s. Zo hadden we in het begin 2 mensen in Engeland zitten. Inmiddels zijn dit er 100. In Polen zijn we gegroeid van 7 naar 55 en in Rusland hebben we er inmiddels meer dan 40. In Frankrijk hebben we nu met Saur 9.000 collega’s zitten en zijn we op het vlak van industrie, waar ik wereldwijd voor verantwoordelijk ben, inmiddels ook gegroeid van 20 naar 80 fte.

Dat lijkt me een complex proces om al die collega’s verbonden te houden. Hoe pak je dat aan?

Wij hanteren een one team policy. Iedereen is onderdeel van 1 team. De grootste orders die we de afgelopen maanden hebben gescoord en waar je wellicht mooie persberichten over hebt gezien, hebben we allemaal gewonnen met teams die soms met wel 6 tot 8 verschillende locaties aan het project hebben gewerkt. We hebben bijvoorbeeld enorm goede consultants op het civiele vlak in Engeland, fantastische procestechnologen in Nederland en heel goede constructeurs in Polen. Deze collega’s werken samen met de lokale teams die een cruciale rol vervullen in het vertalen van de klantvraag. Zij staan er immers het dichtstbij. Hier ligt voor het Nederlandse ecosysteem nog wel een verbeterkans. Wat we binnen Nederland veel doen is het ontwikkelen en testen van technologie in onze thuismarkt om deze vervolgens op te schalen. Deze technologie is dan vooral toepasbaar bij klanten die al een goede infrastructuur hebben en die op een schaal van 0 – 10 al een 8 scoren. Op de meeste plekken in de wereld is er echter nog geen of slechts beperkte infrastructuur beschikbaar. Hier kan daadwerkelijk het verschil gemaakt worden en juist op dit aspect moeten ondernemers inspelen. Als Nijhuis hebben we er daarom voor gekozen om een one-stop-shop te zijn en, zeker sinds we onderdeel zijn van Saur, kunnen we ook de internationale concurrentiestrijd aan. Nu kunnen we de transformatie maken van het leveren van technische oplossingen naar het leveren van water als een dienst.

Wat is de rol en positie van Nederland binnen Saur?

De moederorganisatie is natuurlijk Frans. De industriegroep daarentegen, die heel internationaal werkt en waar innovatie de sleutel tot succes is, wordt vanuit Nederland geleid. Het is een Nederlandse juridische entiteit die gevestigd is in Doetinchem met twee Nederlandse bestuurders waaronder alle Nederlandse en buitenlandse deelnemingen hangen binnen Saur’s industrie platform. Zelf probeer ik de brug tussen Nederland en Frankrijk te slaan. Het is enorm interessant om in de Franse keuken te kijken. Niet alleen naar de culturele verschillen, maar ook naar de manier waarop de overheid een rol speelt binnen het Franse ecosysteem. Daar leer ik ook veel van, wat ik ook weer meeneem naar mijn rol binnen de WTEX10. Ik kan mijn collega’s daar als insider laten zien waar fundamentele verschillen zitten tussen de ecosystemen. Binnen onze mogelijkheden als Nederland kunnen we deze ervaring ook gebruiken. Overigens leren de Fransen natuurlijk ook van ons en zijn ze jaloers op ons innovatieve imago. Dat hebben zij niet. Integendeel de oude concessies van Suez en Veolia waren sterk gericht op winstmaximalisatie voor deze organisaties. De lokale waterbedrijven raakte hun controle kwijt. Langzamerhand is dit teruggebracht en zie je dat overheden hun eigen infrastructuur weer in beheer hebben en ondersteund worden op het vlak van management. Contracten en samenwerking op basis van expertise en toegevoegde waarde in plaats van een grote zak geld en macht.

Hoe denk jij dat we vanuit de WaterCampus ondernemerschap nog beter kunnen ondersteunen? 

Ik heb enorm veel respect voor datgene wat er de afgelopen jaren in het Noorden is gerealiseerd. Tegelijkertijd zie ik mogelijkheden om het ecosysteem sterker te maken. Het zwaartepunt ligt volgens mij te veel op wetenschap. Het is als ondernemer natuurlijk belangrijk dat je investeert in de lange termijn. Tegelijkertijd kan dat alleen als ik op korte termijn problemen zo snel mogelijk oplost. Daar genereer ik als ondernemer immers omzet en winst mee die ik op de lange termijn kan investeren. Aan het ecosysteem op de WaterCampus moeten meer praktische mensen worden toegevoegd. Collega’s die helpen om juist korte termijn uitdagingen op te lossen. Laat ik een voorbeeld geven. In mijn beginperiode als directeur bij Norit had je Syntens innovatiemakelaars. Hier heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds warme herinneringen aan. Met deze innovatiemakelaars bouw je een vertrouwensrelatie op. Ze leren je bedrijf of instelling echt kennen en hiermee de waarde van het bedrijf. Deze innovatiemakelaars leverden met hun advies enorme toegevoegde waarde bij het oplossen van korte termijn uitdagingen en zo bij de ontwikkeling van Norit als bedrijf. Naar mijn mening is er nog steeds behoefte aan het op deze wijze faciliteren van bedrijven.  Ondersteuning bij het oplossen van problemen van gisteren, vandaag en morgen. Helemaal top als dit vervolgens een voedingsbodem kan zijn voor lange termijn onderzoek. WaterCampus is bij uitstek de organisatie die een brug kan slaan tussen theorie en praktijk. Wat ik mooi vind is dat jullie op de WaterCampus werken met scouts die echt ervaring hebben in het werkveld. Tegelijkertijd moeten hier dus praktijkmensen aan toegevoegd worden die het leuk vinden om na te denken over de problemen van gisteren, vandaag en morgen. Dat zijn kleine verbeteringen en geen systeemveranderingen. Als de WaterCampus zich naast wetenschap meer op de praktijk gaat richten verwacht ik ook dat meer aansprekende ondernemingen zich zullen gaan verbinden aan de WaterCampus. Hierdoor kan de WaterCampus zijn vleugels uitslaan en zal de WaterCampus ook een minder regionaal karakter krijgen. Op dit moment moet je echt nog insider zijn om het ecosysteem te begrijpen. Dat is jammer en ook niet nodig. PhD’s en studenten op de WaterCampus komen namelijk wel vanuit de hele wereld. Mooi als we het geheel een internationale expansie kunnen geven. We beschikken immers in Nederland over een heel sterke infrastructuur.

Zijn er andere plekken waar de connectie tussen wetenschap en praktijk volgens jou beter gemaakt is?

Bij Deltares komt de praktijk van gisteren, vandaag en morgen en het lange termijn onderzoek op een mooie manier bij elkaar. De wereld van Deltares is natuurlijk wel praktischer dan watertech. Maar ik vind het mooi om te zien dat Wetsus en Deltares steeds nauwer gaan samenwerken. Daarnaast hebben wij als Nijhuis samenwerkingsverbanden met de universiteit van Queensland. Daar werken ze aan de ontwikkeling van technologie die wij belangrijk vinden voor onze toekomst. Dit onderzoek sluit goed aan bij onze strategische plannen voor de komende 5 jaar. Binnen Nederland wordt hier niet aan gewerkt.  Verder zijn we nu bezig met chemie-arme oplossingen. Ook hiervoor hebben we de hele wereld afgezocht om de juiste electro-coagulatie technologie te selecteren. Uiteindelijk zijn we terecht gekomen bij een startup in Canada, heel ver rijden van het dichtstbijzijnde vliegveld. Daar hebben we inmiddels een partnership mee. Deze startup was weer verbonden aan een van de universiteiten in Canada waar we mee werken. De technologie die ze daar ontwikkelen is echt ongelooflijk interessant. Zo zie je dat water een wereldwijde industrie aan het worden is met heel vee lokale invloeden.

Hoe vind je zo een bedrijf in Canada?

Gewoon zoeken via internet. Vervolgens hebben we ze een keer kunnen ontmoeten op een evenement in Seatle. Er was een duidelijke match en vervolgens ben ik nog een keer in het vliegtuig gestapt om bij hun in Canada te gaan kijken. Maar via internet kan je veel vinden vandaag de dag. Dat is ook het interessante. Alles is vindbaar en bedrijven gaan zelf op zoek naar de plek waar ze de benodigde kennis en expertise kunnen vinden. Laten we zorgen dat de WaterCampus ook zo een hotspot is.

Mijn volgende interview is met Henk Ovink. Wat zou jij hem willen vragen?

Er zijn heel veel dingen die ik Henk al heb gevraagd heb. Maar ik zou van hem wel willen weten hoe hij ervoor gaat zorgen dat niet alleen de Nederlandse kennis op heel veel water gerelateerde zaken wordt ingebed, maar ook Nederlands ondernemerschap en Nederlandse technologie. Het gaat volgens mij niet om “bring in the Dutch” maar “integrating the Dutch”. Voor integrating the Dutch is het van belang dat je in je thuismarkt publiek en privaat goed met elkaar verbindt. Bij heel veel initiatieven die Henk heeft genomen, werkt hij met lokale ondernemers, publieke en private stakeholders. Natuurlijk is het goed om ook met lokale mensen te werken, maar waarom zeggen we als Nederland, als we zelf investeren, niet dat er minimaal een stevig percentage aan Nederlandse technologie en governance inclusief beheer en onderhoud mee wordt geleverd? Ik ben benieuwd hoe Henk hier als watergezant een extra impuls aan zou kunnen geven.

Over Ronald Wielinga

Ronald Wielinga is sinds juli 2020 actief als manager entrepreneurship bij de WaterCampus Leeuwarden. Iedere maand gaat Wielinga in gesprek met inspirators. Inspirators die een prominente rol vervullen op het vlak van ondernemerschap of in de watertechnologiesector.

Hij gebruikt deze gesprekken om te reflecteren op het enterpreneurship programma van de WaterCampus. Dit om het programma nog sterker te maken. Want de groeiambitie is groot.

De interviews zijn online te vinden op www.watercampus.nl en komen ook regelmatig terug in Water Alliance’s WaterProof magazine.