Ronald Wielinga in gesprek met… Henk Ovink

In 2015 ben je benoemd als watergezant. Kan je eens vertellen over je achtergrond? Hoe ben je watergezant geworden?

Hoewel mijn ouders niet meer leven, noem ik die toch altijd. Ik ben namelijk een zoon van twee bijzondere mensen die eigenlijk de kern vormen van het werk dat ik nu doe. Ze waren en zijn heel belangrijk voor me. Mijn vader was, net als zijn opa en vader, architect. Mijn vader was niet alleen ondernemer, maar ook een echte ingenieur. Hij is geboren in 1920. Tijdens de tweede wereldoorlog kon hij natuurlijk niet naar de universiteit. En omdat zijn vader voor de oorlog al was overleden, moest hij al op jonge leeftijd het bedrijf runnen en voor de familie zorgen. Na de tweede wereldoorlog is hij naar de TU Delft gegaan om ook architect te worden. Hij was dus echt iemand die het zelf heeft moeten uitvinden. In zijn architectuur was hij ook een uitvinder, een echte ingenieur, maar wel op een sociale manier. Dus altijd vanuit en met mensen. Ik denk ook dat hij daarom zo goed bij mijn moeder paste. Zij was, ook al bestond het woord vast nog niet toen ze in 1926 werd geboren, een echte activist. Ze was een van de eerste vrouwelijke schooldirecteuren na de tweede wereldoorlog en heeft altijd op de bres gestaan voor alles en iedereen, de meest kwetsbaren eerst. En precies deze waarden heb ik ook in me. Maximale ambitie, niet is onmogelijk. Maar je moet het wel altijd met iedereen doen. Je mag niemand achterlaten. Ook niet de mensen die geen stem hebben of niet aan bod kunnen komen. Na mijn VWO ben ik zelf begonnen met wiskunde, kunstacademie, bouwkunde en landschapsarchitectuur. Mijn studie achtergrond is dus een rare mix van ingenieursachtige en creatieve onderwerpen. Na mijn studie ben ik direct voor mezelf begonnen. Dat was, gezien de omgeving waarin ik ben opgegroeid, ook een heel logische keuze. Inmiddels ben ik 53. Had ik toen geweten wat ik nu wist, dan had ik vast andere keuzes gemaakt. Daar heb ik geen spijt van, maar de omgeving waarin je opgegroeid bepaalt ook echt wel de keuzes voor daarna. Uiteindelijk heb ik nu ongeveer de helft van de tijd voor mezelf en in het bedrijfsleven gewerkt en de andere helft voor de overheid. En altijd in combinatie met onderzoek en lesgeven, in Nederland en het buitenland. In 2007 werd ik directeur Ruimtelijke Ordening & Visie, Ontwerpen en Strategie bij VROM. Ik had dus de kennisportefeuille. Kabinet Balkenende IV stond voor een grote taakstelling, dus er moest 20% bezuinigd worden.

Dat moet wel lastig geweest zijn voor jou als je op een plek komt waar je afscheid moet nemen van mensen, juist als je altijd alles met iedereen wilt doen. Hoe ben je hier mee omgegaan?

Dat is een mooie vraag, omdat het direct raakt aan de kern hoe we dat hebben aangepakt. Omdat een organisatie bestaat uit mensen die samenwerken en ontwikkelen mag een bezuiniging niet beteken dat die mensen en die organisatie stil gaan staan. Bezuinigen moet uiteindelijk ook altijd gaan over ontwikkeling. Daarom ging het ook niet over de 20% die we moesten bezuinigen maar om ruimte te geven aan ieders ontwikkeling. Uiteindelijk hebben we met een grote dynamiek zelfs ruimte kunnen maken voor nieuwe mensen. Je moet oppassen dat een bezuiniging als een zwaard van Damocles continue boven de mensen en de organisatie hangt. Vanuit het plan en de zekerheid dat die grotere dynamiek ook altijd de bezuiniging dekt kun je investeren in elkaar en de opgaven waar je voor staat. Je niet laten verlammen maar verder kijken dan die bezuinigings-horizon was dus cruciaal.

En wat ben je gaan doen na VROM?

Na verschillende fusies, ook tussen de ministeries VROM en Verkeer & Waterstaat ben ik nog een tijd waarnemend directeur-generaal geweest van het directoraat Ruimte & Water, de mooiste baan bij het rijk, ruimte en water in één hand, een enorm krachtige, inspirerende en verbindende combinatie. Toen raasde orkaan Sandy over de oostkust van de Verenigde Staten,  en werd ik gevraagd om in de taskforce van Obama te werken aan de wederopbouw van New York en New Jersey. Dat heb ik een paar jaar gedaan, en heb allemaal fantastische projecten geïnitieerd en avonturen beleefd aan de andere kant van de oceaan.

In 2014, terwijl ik nog voor Obama werkte, vroegen de ministers Schultz (minister Infrastructuur & Milieu) en Ploumen (minister Buitenlandse Hulp & Handel) mij of ik watergezant wilde worden. Samen met minister Kamp (minister Economische Zaken) wilden ze voor water internationaal de krachten bundelen. Niemand wist wat dat was een watergezant, ook ik niet. Maar het idee erachter was de Nederlandse overheid vertegenwoordigen in de hele wereld, op alle onderdelen van water en water zo inzetten als hefboom voor duurzame ontwikkeling, klimaataanpak, handel, diplomatie en meer. Diplomatieke functies zijn eigenlijk altijd vier jaar. Maar omdat het een experiment was, hebben we toen bij de start in maart 2015, twee periodes van drie jaar afgesproken, waarbij we het gezantschap na elke 3 jaar zouden evalueren – en dat hebben we ook gedaan.

De ambitie was en is om vanuit drie speerpunten te werken aan mondiale waterzekerheid en gerichte klimaatadaptatie actie, met een versterkte Nederlandse inzet:

Allereerst werken aan het verbeteren van het wereldwijde waterbewustzijn. Dat is enorm laag en moet omhoog, want zonder inzicht, kennis en capaciteit ook geen actie, laat staan actie die ook nog echte waarde toevoegt. Het werken aan waterbewustzijn geldt voor iedereen: politici, beslissers en investeerders. Professionals binnen maar zeker ook buiten de watersector. Gemeenschappen die het hardst worden geraakt door waterrampen – te veel, te weinig en te vies. De meest kwetsbaren, vaak buitengesloten, maar wel aan de frontlinie van klimaat- en waterellende. NGOs, wetenschappers en bedrijven. Kinderen, meisjes eerst.   Werken aan waterbewustzijn begint met kennis en verhalen, het verbinden van inzicht, analyses en data met de plekken en persoonlijke leefomgeving om data betekenis te geven. Met schoolkinderen in Chili en bewoners van slums in Chennai, tot presidenten en premiers, bankiers en ondernemers. Op elke plek, en met iedereen in gesprek over water, de waarde en betekenis voor hen en hun leefomgeving, economie en samenleving. Met het High Level Panel on Water haalden we water weer uit de loopgraven en op het podium van de VN en de wereldgemeenschap. En met de uitkomsten werken we nu middels het Valuing Water Initiatief aan coalities van bedrijven, NGOs en overheden. Met het PBL onderzochten we de geografie van de toekomstige wateropgaven, door dwars door alle belangen en opgaven heen, water te zien als de verbindende factor. Dat inzicht leidt nog steeds tot perspectieven op hoe we de wereld echt beter kunnen maken, met en door water..

Mijn tweede opdracht is werken “na de ramp”, aan een toekomstbestendige wederopbouw, met overstromingen, droogten, vervuilingen, conflicten en meer. Maar liever werk ik hard wereldwijd aan preventie, zodat we samen de ellende voor zijn. Ik werkte bijvoorbeeld na de overstromingen in Peru, met de regering en de lokale bevolking aan enerzijds een stevige institutionele borging van die wederopbouw met een wet, een fonds, een task force, en anderzijds aan lokale oplossingen en kansen, in coalities van kleinere organisaties en ngo’s. Water speelt een cruciale rol bij vrede en veiligheid, werken aan water-diplomatie daar waar het partijen kan verbinden en de wateraanpak een deel van de sleutel kan zijn is daarom cruciaal, complex en inspirerend.
We moeten het tij keren willen we het Parijs-akkoord en de duurzaamheidsdoelen (SDGs) halen, dat kan alleen met sprongen, met innovaties die vanuit brede maatschappelijke coalities de verandering in gang zetten. Water is daarbij dé hefboom voor die transities. Investeren in water heeft een ‘trickle-down’ effect op alle SDGs en staat centraal bij impactvolle klimaatactie. Innovaties helpen versnellen, en bieden de kans om dat wat moet ook echt als kans te zien en op te schalen.

Mijn derde en laatste opdracht is gericht op die innovatie, vernieuwing en versnelling, de vergroting van de impact. Water en klimaat zijn de grote dealbreakers voor miljarden mensen wereldwijd. Hoe zetten we water- en klimaatactie in als springplank naar een betere toekomst en als start voor een rippling effect van duurzame, inclusieve en integrale vernieuwing? We lopen wereldwijd achter de feiten aan, herhalen de fouten uit het verleden terwijl we weten dat met het Parijs Akkoord en de SDGs niet het verleden onze referentie moet zijn maar de toekomst! Vernieuwen is niet gemakkelijk, jezelf opnieuw uitvinden nog ingewikkelder. Gevestigde belangen en ingesleten patronen houden ons vast, met de blik naar gisteren, naar de rampen die ons zojuist zijn overkomen. Maar het perspectief moet om, naar de toekomst, die complexe opgaven vol in het gezicht kijken vanuit het omarmen en het begrip van die afhankelijkheden en de kracht, de wil en het vermogen om vanuit de waarden van water, innovatief en proactief te werken aan projecten en programma’s die het tij kunnen keren. Water als hefboom, innovaties die de wereld kunnen veranderen, het tij keren. Wat moet dat kan, met water.

Als ik het goed heb, zit je termijn van zes jaar er inmiddels op. Maar je bent nog steeds watergezant. Hoe zit dat nu? Blijf je aan als watergezant?

Dat is een goeie vraag, waar ik eigenlijk geen antwoord op heb. Aan het einde van de eerste termijn ben ik geëvalueerd door de Adviescommissie Water. De belangrijkste conclusie was dat het hebben en doorzetten van een Watergezant een belangrijke meerwaarde is voor Nederland en de wereld, mits daar wel de goede politieke, ambtelijke en financiële condities voor zijn, zowel voor de vele initiatieven als de follow-up en doorwerking. Dat betekent heldere focus, opvolging van acties en versterking van de organisatie. Mijn tweede termijn liep af in maart 2021. Ook aan het einde van deze termijn ben ik geëvalueerd. In dit geval door ABD TOP-Consult. Er zijn meer dan 50 mensen en organisaties uit binnen- en vooral  buitenland geïnterviewd. Uit deze evaluatie kwam opnieuw duidelijk naar voren dat het een ‘no brainer’ is dat Nederland een Watergezant heeft en daar vol op inzet. En dat deze aanpak in de toekomst echt doorgezet moet worden. Hoe we dat gaan doen hangt ook sterk af van het – toekomstig – politieke commitment. Zeker is dat met de tweede VN Top over water in 2023, de eerste sinds 1977, met Nederland als co-voorzitter samen met Tajikistan en de verbinding van de wateraanpak met klimaat, met de opvolging van de Climate Adaptation Summit, de Nederlandse inzet voor water wereldwijd voor de SDGs, enzovoort, het doorzetten van een instrument als de Watergezant een belangrijke en onderscheidende inzet van Nederland in en voor de wereld kan betekenen.

Als je het goed vindt, wil ik nu graag de stap zetten richting ondernemerschap. Veel innovaties hebben hun oorsprong in Nederland. Maar het realiseren van impact met deze innovaties is complex. Waar liggen volgens jou de grootste kansen op het gebied van het realiseren van economische impact?

Dat is een lastige vraag, het ligt namelijk aan een heleboel dingen. Maar ik denk inderdaad dat er zat kansen zijn voor Nederland. De Nederlandse watertechnologie sector bestaat uit heel veel partijen. Waarbij het merendeel midden- en kleinbedrijf is. Er is in Nederland geen bedrijf met de schaal van een Veolia, en dat hoeft ook niet. In het verleden hebben we bijvoorbeeld via het initiatief Rembrandt Water gekeken of we met elkaar in de watersector meer massa kunnen maken, inclusief een relevante rol voor de overheid. In dat licht is het ook interessant om het perspectief van Mariana Mazzucato mee te nemen. Hoe je als overheid en bedrijfsleven met elkaar omgaat om gezamenlijk doelen te halen. Het is dus niet overheid en bedrijfsleven tegenover elkaar, maar juist met elkaar. Juist dan creëer je ruimte voor vernieuwing en innovatie. Dat vraagt wel echt een andere manier van overheidsinzet voor innovatie. Met de Topsector wordt nu ingezet op die opschaling van de watertechsector en aanpak. In Europa vindt Mazzucato’s mission-oriented aanpak weerklank. Haar onderzoek en visie Mazzucato laten ondermeer zien hoe relevant die overheid is voor de condities van innovatie. Het één kan niet zonder het ander. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat Mariana van Rembrandt Water zou hebben gevonden. Het was ook al in 2005 dat we dit deden. Als je naar de biotoop rond watertechnologie kijkt, dan ligt er waanzinnig veel potentieel. Je moet je dus afvragen waarom het nog onvoldoende lukt om meer schaal en massa te krijgen. Daar heb ik niet een eenduidig antwoord op. Wel denk ik dat we deze biotoop beter moeten faciliteren. Sterker maken wat er al is. Hierbij is een betrouwbare overheid die ambitieuze doelen stelt cruciaal. Het is zaak dat er een samenwerkingsdynamiek gecreëerd wordt waarbij overheidsdoelen gerealiseerd worden en gelijktijdig risico’s voor de markt gemitigeerd. Dit natuurlijk zonder dat je belastinggeld over de balk gooit of de gezonde competitie uit de markt weg haalt.
We hebben nu het programma dat zich richt op het vertienvoudigen van de export van de watertechnologiesector (WTEX10). De uitkomsten van dit traject kunnen de basis zijn voor een versterking van de sector, de publiek-private samenwerking, financieringsconstructies, innovaties en natuurlijk impact, want het leven verbeteren van de meest kwetsbaren staat voorop.
Tegelijkertijd zie ik ook dat er iets mis is met de prioritering en onderlinge samenwerking. Er wordt vaak teveel naar elkaar gekeken en onvoldoende met elkaar. En de hele aanpak is ook wel typisch Nederlands. De topsectoren richten zich op de negen belangrijkste sectoren waar onze Nederlandse economie op drijft. Tegelijkertijd zijn ze begonnen met aan het hoofd van elke topsector een vrijwilliger. Dat is echt Nederlands. Als je toch concludeert dat dit de negen sectoren zijn waar onze economie op drijft dan zet je hier financieel, qua regelgeving en governance volledig op in en zet je aan het hoofd een ceo én een minister. Met Thecla Bodewes aan de top, een fantastische sector die de wereld bestormd en een nieuw kabinet om de hoek moet dat kunnen. Dan kunnen we van één duizend maken. Als we een storm creëeren, gaat iedereen meebewegen. Maar als je een beetje roert, draait alles om elkaar heen en werk je in de hand dat iedereen meer op elkaar let in plaats van op de doelen en resultaten, en de kansen voor verveelvoudiging. We hebben echt goud in handen met onze sector: voor de doelen van Parijs en de SDGs en natuurlijk voor Nederland en de individuele ondernemers, onderzoekers en ngo’s.

In mijn vorige interview sprak ik Menno Holterman. Hij vroeg zich af hoe je als watergezant ook kan zorgen dat de Nederlandse technologie en het Nederlandse ondernemerschap wordt meegenomen. Hoe kijk jij daarna?

In alles wat ik doe, neem ik de Nederlandse watertechnologie en onze brede waterkennis en kunde – op het gebied van deltamanagement, financiering en governance – mee. Ik ben internationaal de vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid voor water en we hebben een belangrijke duurzaamheid en economische agenda, waarbij water – en dus de watersector – een cruciale rol speelt. Ik zei het al eerder, investeren in water helpt ons om de SDGs en het Parijs akkoord te halen, het is de katalyse voor een inclusieve, gelijkwaardiger, veilige en duurzame wereld, met beperkte klimaatverandering, en weerbare gemeenschappen en ecosystemen. Die doelen staan voorop, de bijdrage van de experts, bedrijven, financiers en overheden, van de institutionele partners, zal er op gericht moeten zijn om alles en iedereen daarbij te betrekken voor een radicale inhaalactie. Want we zitten lang niet op koers, het roer moet echt om. De Nederlandse topsector water is daarbij een inspirerende partner. Voor mij en de hele wereld.

Gaat het ons, bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen en ngo’s lukken om gezamenlijk als collectief in te zetten op de maximalisatie van die ambitie? Dat zie ik nog niet. Daar zit nog een enorm gat. Het effect is dat we brandjes blussen en pleisters plakken bij elke ramp, elke dag opnieuw. En dat moet je niet verwarren met strategie. Als overheid moeten we hier ook echt naar onszelf kijken. Andere keuzes maken en echt investeren met onder andere ruimte voor risicokapitaal. Daar is de Nederlandse overheid aarzelend in. We zijn goed in het binnenhalen van een specifieke kans voor één bedrijf of een collectief. We moeten veel meer inzetten op de grote opgaven, missiegericht. Dat waterondernemerschap is altijd collectief, dat is nooit één voor één. Dat is ook wat Menno Holterman doet in bijvoorbeeld India. Hij zet altijd een collectief in op de grote schaal voor de integrale systeemaanpak. En dus niet her en der oplossingen strooien maar fundamenteel aan het systeem klussen, om met het roer, met z’n allen! Dat ben ik zo met hem eens. Hier moeten we als Nederlandse overheid en het bedrijfsleven wat mij betreft vol op inzetten. Opschalen wat goed is. Als we dit doen kunnen we met onze bedrijven, kennispartners, onze technologie en cultuur en aanpak wereldwijd een cruciale rol vervullen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Wat is voor jou het belang en rol van de WaterCampus hierin?

WaterCampus is echt heel belangrijk. Een veilige plek, waar klein en groot samenkomen. Waar durven en nieuwsgierigheid, de beste experts en innovaties kunnen groeien en kansen vinden naar de markt, de samenleving voor implementatie, reproductie en opschaling. Impact dus. WaterCampus is een parel, die moet je niet alleen koesteren, die moet je echt groot durven maken. De enige manier om de wereld te veranderen is dat je, zoals ik dat al eerder zei, van één duizend maakt. De analyse is namelijk heel simpel en het ‘Climate Change and Land’ Report van het IPCC uit 2019 maakt dat heel duidelijk: bijna al onze investeringen – echt meer dan 90%! – die we wereldwijd doen vergroot klimaatverandering en de manier waarop we dat doen vergroot onze kwetsbaarheid. Twee keer mis dus. Als we dit dus niet als de donder gaan omdraaien, dan gaat het gewoon helemaal mis. En WaterCampus – natuurlijk in samenhang met de brede watersector – is een parel in die context, daar kan het beginnen. Maar dan moeten we er wel met elkaar voor kiezen. Het gaat om commitment, consistentie en continuïteit. En als we dat samen niet leveren, dan blijft het gewoon “een leuke plek”, en een fijne sector met fantastische mensen. En dat is nooit genoeg. Dat zou echt heel erg jammer zijn. Andersom, het kan! En dat drijft me elke dag. Want wat moet, kan echt. Samen. Nu!

Over Ronald Wielinga

Ronald Wielinga is sinds juli 2020 actief als manager entrepreneurship bij de WaterCampus Leeuwarden. Iedere maand gaat Wielinga in gesprek met inspirators. Inspirators die een prominente rol vervullen op het vlak van ondernemerschap of in de watertechnologiesector.

Hij gebruikt deze gesprekken om te reflecteren op het enterpreneurship programma van de WaterCampus. Dit om het programma nog sterker te maken. Want de groeiambitie is groot.

De interviews zijn online te vinden op www.watercampus.nl en komen ook regelmatig terug in Water Alliance’s WaterProof magazine.

Fotografie: “©️ Cynthia van Elk | Water as Leverage”